Nauwelijks aandacht voor eetstoornis in topsport

april 1, 2012

Het beoefenen van topsport kan eetstoornissen veroorzaken. Het regime van trainen en afvallen maakt sporters kwetsbaarder. Volgens deskundigen wordt de ziekte in de sport nauwelijks gesignaleerd.

De Oostenrijker Bernhard Kohl, de vanwege dopegebruik gestopte wielrenner, vertelde onlangs in zijn periode bij de Rabobank Opleidingsploeg (2004-2005) last te hebben gehad van een eetstoornis. Hij woog nog maar 54 kilo. ”Ik wilde er alles aan doen om echt prof te worden. En ik dacht: hoe lichter ik ben, des te beter kan ik klimmen. Maar het ging zo ver, dat ik op een gegeven moment geen kracht meer had.”

Leontien van Moorsel is de bekendste anorexiapatiënte in de Nederlandse sport. De wielrenster won twee maal de Tour de France (1991, 1992) en het wereldkampioenschap (1991, Stuttgart), maar in die periode daarna openbaarde zich de eetstoornis bij Van Moorsel. ”Volgens mij had ik geen stoornis gekregen als ik geen topsportster was geweest,” zegt de in 2004 gestopte wielrenster. ”Ik wilde namelijk ergens de beste in zijn en dacht dat anorexia-mager daar bij hoorde.”

Van Moorsel overwon de ziekte en vervolgde op verantwoorde wijze haar loopbaan. Ze werd diverse malen olympisch kampioen. ”De overwinning op mijn eetstoornis anorexia betekent méér voor me dan mijn wereldtitel en de winst in de Tour,” zegt Van Moorsel.

”Het is een taboe dat topsporters eetproblemen kunnen hebben,” vertelt Tiny Geerets, psychologe en sportdiëtiste van de Voedings Adviesgroep Utrecht. ”Ik heb het sterke vermoeden dat toptalent verloren gaat door eetstoornissen. Het is belangrijk dat iedereen die is betrokken bij topsport beter wordt geïnformeerd. Zodat zij weten dat eetstoornissen bestáán en hoe je hiermee kunt omgaan.”

De sportkoepel NOC*NSF heeft volgens een woordvoerder op dit moment geen programma dat is toegespitst op het voorkomen of signaleren van eetstoornissen bij topsporters.

Atleten zijn kwetsbaarder in sporten waar een slank uiterlijk (turnen, kunstrijden) of het gewicht een rol (schansspringen) speelt. Ook de mate van competitie en de druk van de omgeving kunnen anorexia veroorzaken.

Een Noors onderzoek (Sundgot-Borgen en Klungland, 2002) wijst een verband aan tussen topsport en eetstoornissen. Ongeveer 1600 sporters hebben een vragenlijst ingevuld. De uitkomsten zijn afgezet tegen een vergelijkbare controlegroep die niet aan topsport doet.

”Uit dit onderzoek zijn wel heel duidelijke, hoge percentages over eetproblemen naar voren gekomen,” zegt Karin de Bruin, docent sportpsychologie aan de VU in Amsterdam. ”We zien dat negen procent van de gewone vrouwen eetstoornissen krijgt, terwijl twintig procent van de vrouwelijke topsporters ermee te maken krijgt. Het verschil is dus meer dan een factor twee. Bij mannen is het verschil nog groter: een half procent van de gewone mannen ontwikkelt een eetstoornis tegen ruim acht procent onder mannelijke topsporters. Dat is een factor zestien.”

Van Moorsel begeleidt meisjes met eetstoornissen. ”Ik verbaas me dan steeds weer over mijn verleden. Terwijl ik zélf ziek was, durfde ik nog in de spiegel te kijken en te denken dat ik er oké uitzag. Intussen weet ik natuurlijk dat het met een verkeerd zelfbeeld heeft te maken.”

Topsporters die sterk vermageren, dof uit de ogen kijken, slecht haar en een slechte huid hebben, kampen naar alle waarschijnlijkheid met een eetstoornis. Van Moorsel: ”Je weet dan dat het helemaal fout zit. Maar topsporters met eetstoornissen weten hoe ze keuringsartsen om de tuin kunnen leiden. Ze gooien vijf liter water naar binnen om op het juiste keuringsgewicht te komen. Wel is hun vetpercentage intussen vijf procent lager dan normaal. Sportbonden zouden moeten letten op méér dan alleen gewicht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.